Professionals
Restaurator Lara van Wassenaer
19 maart 2012 09:06
Verwering, vergelend vernis, slecht uitgevoerde restauraties en overschilderingen trekken in de loop der eeuwen een spoor van vernietiging in de schilderijen van oude Hollandse meesters. Lara van Wassenaer (1969) herstelt de kostbare stukken in hun oude glorie.
Op de derde verdieping van een voormalige klokgieterij in de Amsterdamse Jordaan woont en werkt restaurator Lara van
Wassenaer. In haar atelier dat zo groot is als een slaapkamer, staan twee ezels, een bureau met een computer en een boekenkast vol naslagwerken. Aan een haak hangen antieke lijsten zonder schilderij; de doeken en panelen zijn veilig opgeborgen in de ijzeren laden van de werktafel. Een staande microscoop, glazen potten met penselen en lijm, een etui met spatels en scalpels en een onuitputtelijke hoeveelheid geduld, zijn wat Van Wassenaer nodig heeft om haar specialistische monnikenwerk te kunnen doen: het restaureren van ‘oude Hollandse meesters’ waarin de tijd zijn tanden heeft gezet. Met het verstrijken van de eeuwen vinden in de complexe laagstructuur van een schilderij talloze fysische en chemische processen plaats. Verwering, rook, stof, vergelend vernis, slecht uitgevoerde restauraties en overschilderingen laten hun spoor na. ‘Kijk’, wijst Van Wassenaer op het portret van een weelderige, zeventiende-eeuwse dame. ‘De craquelé is ingeschilderd en de retouches zijn verkleurd. Dat is storend en dat moet ik nu verhelpen.’
In haar bescheiden atelier in de Jordaan, in een voormalige klokgieterij, verricht Lara van Wassenaer haar monnikenwerk. Ze herstelt ‘Hollandse meesters’ in hun oude glorie. Urenlang kan ze priegelen aan een schilderij. Ze raakt er soms bijna van in trance. Lara van Wassenaer kreeg het behouden van kunstwerken met de paplepel ingegoten en leerde het vak achtereenvolgens in Londen, Florence en Wenen.
Haar broers en zussen gaan studeren maar Lara, die dyslectisch is, wil liever met haar handen werken. De opmerking van haar peetoom ‘dat er in Nederland geen goede vergulders zijn’ zette Lara op een spoor. Ze vertrekt naar Londen waar ze anderhalf jaar in de leer is bij twee ateliers. ‘Het is daar hard aanpoten, van zeven tot zeven.’ Alles gaat er door haar handen, ze leert over stijlen en perioden en wat het betekent om perfectie na te streven.
Na anderhalf jaar gaat Van Wassenaer naar Florence waar ze aan de Università Internazionale dell’Arte de opleiding tot schilderijenrestaurator en een studie museologie doorloopt, gevolgd door een stage in het museum Belvedere in Wenen dat de belangrijkste collectie Oostenrijkse kunst bezit van de Middeleeuwen en Barok tot en met de twintigste eeuw. In deze romantische stad ontmoet Van Wassenaer haar echtgenoot, de Zweedse kunstschilder Urban Larsson die in de leer is bij Studio Cecil & Graves.
In huize Van Wassenaer rinkelt onderwijl de telefoon; restaurator Erik Tjebbes belt Lara’s ouders om te laten weten dat hij werk heeft voor hun dochter. Twee jaar lang werkt Van Wassenaer onder zijn auspiciën aan grote projecten in kastelen en kerken. Na eveneens een aantal jaren voor restaurator Annetje Boersma te hebben gewerkt en een aantal jaren voor Instituut Collectie Nederland, begint Van Wassenaer voor zichzelf. Met haar man, dochters Noah en Larissa en zoon
Nikolaj woont Van Wassenaer inmiddels op een piepkleine etage aan de Keizersgracht. De oude pruikenkamer is er ingericht als babykamer. Urban werkt op het Prinseneiland, in het voormalige atelier van de bekende kunstschilder G.H. Breitner. De vondst van de woning in de voormalige klokgieterij is vervolgens een droom die uitkomt. De combinatie van wonen en werken is een lang gekoesterde wens. Van Wassenaer geniet ervan zichzelf op te sluiten en urenlang te
priegelen aan een schilderij: ‘Van retoucheren kan ik echt in trance raken. Het is als het lezen van een goed boek waaraan geen ontsnappen mogelijk is.’
Alle stappen worden door Van Wassenaer nauwgezet gedocumenteerd en aan de opdrachtgever ter hand gesteld zodat hij weet wat de restaurator exact heeft gedaan, ook met het oog op toekomstige restauraties. Het verstrijken van de tijd blijft de vijand van elk schilderij.
info@ateliervanwassenaer.nl
Fotografie: Maarten Schets
Tekst: Helen Conijn
Wassenaer. In haar atelier dat zo groot is als een slaapkamer, staan twee ezels, een bureau met een computer en een boekenkast vol naslagwerken. Aan een haak hangen antieke lijsten zonder schilderij; de doeken en panelen zijn veilig opgeborgen in de ijzeren laden van de werktafel. Een staande microscoop, glazen potten met penselen en lijm, een etui met spatels en scalpels en een onuitputtelijke hoeveelheid geduld, zijn wat Van Wassenaer nodig heeft om haar specialistische monnikenwerk te kunnen doen: het restaureren van ‘oude Hollandse meesters’ waarin de tijd zijn tanden heeft gezet. Met het verstrijken van de eeuwen vinden in de complexe laagstructuur van een schilderij talloze fysische en chemische processen plaats. Verwering, rook, stof, vergelend vernis, slecht uitgevoerde restauraties en overschilderingen laten hun spoor na. ‘Kijk’, wijst Van Wassenaer op het portret van een weelderige, zeventiende-eeuwse dame. ‘De craquelé is ingeschilderd en de retouches zijn verkleurd. Dat is storend en dat moet ik nu verhelpen.’
In haar bescheiden atelier in de Jordaan, in een voormalige klokgieterij, verricht Lara van Wassenaer haar monnikenwerk. Ze herstelt ‘Hollandse meesters’ in hun oude glorie. Urenlang kan ze priegelen aan een schilderij. Ze raakt er soms bijna van in trance. Lara van Wassenaer kreeg het behouden van kunstwerken met de paplepel ingegoten en leerde het vak achtereenvolgens in Londen, Florence en Wenen.
Middeleeuws familiekasteel
Als kind is Van Wassenaer altijd aan het knutselen en verfraaien. ‘Viel een bord kapot, dan was ik er als de kippen bij om het te lijmen.’ De jongste van de zeven kinderen Van Wassenaer groeit op het Eiland van Nederhemert in de Maas op, tegenover de ruïnen van het middeleeuwse familiekasteel dat tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog in vlammen opgaat. Van de omvangrijke kunstcollectie wordt geen spoor teruggevonden, behalve het Chinese porselein dat na overvloedige maaltijden door de Duitse bezetter door de ramen in het struikgewas werd gegooid, en antieke kastdeuren die waren gebruikt om loopgraven achter de dijk te versterken. Van Wassenaer krijgt het met de paplepel ingegoten: wat bewaard is gebleven, moet worden gekoesterd.Haar broers en zussen gaan studeren maar Lara, die dyslectisch is, wil liever met haar handen werken. De opmerking van haar peetoom ‘dat er in Nederland geen goede vergulders zijn’ zette Lara op een spoor. Ze vertrekt naar Londen waar ze anderhalf jaar in de leer is bij twee ateliers. ‘Het is daar hard aanpoten, van zeven tot zeven.’ Alles gaat er door haar handen, ze leert over stijlen en perioden en wat het betekent om perfectie na te streven.
Na anderhalf jaar gaat Van Wassenaer naar Florence waar ze aan de Università Internazionale dell’Arte de opleiding tot schilderijenrestaurator en een studie museologie doorloopt, gevolgd door een stage in het museum Belvedere in Wenen dat de belangrijkste collectie Oostenrijkse kunst bezit van de Middeleeuwen en Barok tot en met de twintigste eeuw. In deze romantische stad ontmoet Van Wassenaer haar echtgenoot, de Zweedse kunstschilder Urban Larsson die in de leer is bij Studio Cecil & Graves.
In huize Van Wassenaer rinkelt onderwijl de telefoon; restaurator Erik Tjebbes belt Lara’s ouders om te laten weten dat hij werk heeft voor hun dochter. Twee jaar lang werkt Van Wassenaer onder zijn auspiciën aan grote projecten in kastelen en kerken. Na eveneens een aantal jaren voor restaurator Annetje Boersma te hebben gewerkt en een aantal jaren voor Instituut Collectie Nederland, begint Van Wassenaer voor zichzelf. Met haar man, dochters Noah en Larissa en zoon
Nikolaj woont Van Wassenaer inmiddels op een piepkleine etage aan de Keizersgracht. De oude pruikenkamer is er ingericht als babykamer. Urban werkt op het Prinseneiland, in het voormalige atelier van de bekende kunstschilder G.H. Breitner. De vondst van de woning in de voormalige klokgieterij is vervolgens een droom die uitkomt. De combinatie van wonen en werken is een lang gekoesterde wens. Van Wassenaer geniet ervan zichzelf op te sluiten en urenlang te
priegelen aan een schilderij: ‘Van retoucheren kan ik echt in trance raken. Het is als het lezen van een goed boek waaraan geen ontsnappen mogelijk is.’
Madonna met kind
Traditioneel gebruikt Van Wassenaer scalpels of oplosmiddelen om vuil, vernis en overschilderingen te verwijderen. Dat kan riskant zijn voor het object, omdat mechanische trillingen de verfstructuur kunnen wijzigen. Oplosmiddelen kunnen te ver doordringen in de verflagen en reageren met de pigmenten en de bindmiddelen. Van Wassenaer werkt voor musea, particulieren en de handel. Met haar opdrachtgever kijkt ze naar het object en vertelt ze wat ze ziet van de opbouw en de techniek en wat ze weet van de schilder. De belangrijkste vraag is of er eer is te behalen - een absolute voorwaarde voor Van Wassenaer om aan de slag te gaan. Met haar freelance medewerkers die bijna allemaal internationaal zijn opgeleid, overlegt Lara het plan van aanpak. In haar werk is ze zo terughoudend mogelijk, maar soms voltrekt zich een ware metamorfose. Daarop probeert ze haar opdrachtgever zo goed mogelijk voor te bereiden. ‘Dit werk blijft spannend en verrassend, vertelt ze in haar atelier. ‘Handelaren vinden graag een signatuur, dat maakt het werk meer waard. Het is me al vaak gelukt er een te ontdekken.’ Eerder deze week werkte Van Wassenaer aan een Madonna met kind op paneel: ‘De moeder houdt haar kindje vast en draagt een wit bloesje onder een blauwe mantel. Er was iets vreemds met haar hand. Bij het schoonmaken komt opeens haar borstje onder die hand tevoorschijn. Blijkt de hand een latere toevoeging te zijn om het schilderij te kuisen.’Alle stappen worden door Van Wassenaer nauwgezet gedocumenteerd en aan de opdrachtgever ter hand gesteld zodat hij weet wat de restaurator exact heeft gedaan, ook met het oog op toekomstige restauraties. Het verstrijken van de tijd blijft de vijand van elk schilderij.
info@ateliervanwassenaer.nl
Fotografie: Maarten Schets
Tekst: Helen Conijn
Dit artikel is nog niet beoordeeld





